Binnen ons werkveld herkennen we een aantal maatschappelijke uitdagingen en ontwikkelingen van deze tijd. Als antwoord hierop hebben we speerpunten benoemd. Een speerpunt vult onze integrale dienstverlening aan op dit thema. De Omgevingswet is zo’n speerpunt.

Invoering Omgevingswet

De Omgevingswet is wederom uitgesteld. De inwerkingtreding is nu beoogd op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. Toch blijft het spannend. Niet alleen de datum waarop de wet daadwerkelijk in werking treedt, maar ook het werken onder deze Omgevingswet. Met name daar waar het wijzigingen in procedures en normen en de digitaliseringsopgave betreft.

Nieuwskrant Omgevingswet

Van Wijkvisie naar Omgevingsvisie

De kennis van ambtenaren is meestal sectoraal. Simpelweg bij je collega’s te rade gaan voor het maken van een gebiedsdekkende visie is niet altijd voldoende. Per sector zijn voor een gebied de normen vastgelegd. Al deze visies bij elkaar vegen kan dus niet, dan zou je niet voldoende ruimte hebben om al die normen te halen. Het gaat er vooral om dat je weet: wat is waar en wanneer belangrijk? Het kan helpen om het gebied kleiner te maken. Begin bijvoorbeeld bij een centrumgebied of een wijk. Om van wijkvisies naar een Omgevingsvisie te komen moet je vervolgens op zoek naar de integraliteit tussen de gebieden. Het voordeel is dat je een groot deel van de discussie dan al gevoerd hebt op wijkniveau.

Aanjagen
Inhoudelijke opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie en gezondheid helpen bij het aanjagen van de Omgevingswet. Dat zijn ook vraagstukken die je met een integrale blik moet benaderen. Deze opgaven waren er eerst niet, of in een ander domein dan het fysieke. En dan helpt het dat er een verplichting aan vast zit.

Participatie & de Omgevingswet

Participatie, dat is eigenlijk toch niet meer dan gewoon met elkaar in gesprek gaan? Waarom is dat ‘gewoon’ met elkaar in gesprek gaan, met de komst van de Omgevingswet eigenlijk ineens verplicht? En waarom zijn tegelijkertijd boeken vol geschreven, ladders opgesteld en menig kompas of toolbox samengesteld over hoe je zou moeten participeren en is het in de Omgevingswet wel verplicht maar vormvrij?


Laten we beginnen met het eerste, participatie draait inderdaad om met elkaar het goede gesprek voeren. Dat is op zich vrij simpel, maar zeker niet eenvoudig. In dit gesprek spreken verschillende participanten verschillende talen, hebben ze een ander ritme, een andere manier van werken en andere (primaire) belangen. Het is soms bijna te vergelijken met een gesprek tussen een Spanjaard, een Noor, een Amerikaan en een Chinees. Dat gaat om verschillende redenen ook niet in een keer als vanzelfsprekend goed.



Dan het tweede, waarom het dan toch zo belangrijk is dat het gesprek wel plaatsvindt en wordt het met de Omgevingswet straks zelfs verplicht? Ruimtelijke opgaven zijn complex: meerdere opgaven moeten in een beperkt beschikbare ruimte met elkaar in samenhang een plek krijgen. Om een ruimte te krijgen die zoveel mogelijk aansluit op de verschillende opgaven en wensen is het van belang deze goed in beeld te hebben. Daarbij geldt dat gebruikers andere kennis (gebruikerskennis) hebben dan overheden (vakkennis en het algemeen belang). Ook vragen de opgaven om meer samenwerking, overheden kunnen het niet (meer) alleen. Daarbij past de houding van ‘wij regelen en bepalen het voor u’ vanuit het verleden niet meer. Het aangaan van het goede gesprek leidt uiteindelijk tot een beter passende ruimte.


Dat brengt ons op het laatste punt. Waarom vormvrij? Voor het voeren van het goede gesprek is een open houding nodig. Ieder vraagstuk vraagt iets anders en daar past een andere vorm bij. Op zoek naar ideeën en vormen? Boeken genoeg. Maar verwar daarbij participatie niet met het creëren van draagvlak. Met het creëren van draagvlak als inzet hoor je andere dingen en bereik je een ander resultaat. Wilt u echt weten wat speelt en daar de ruimte op inrichten? Dan adviseren wij u graag over waar, hoe, met wie en op welke wijze u (of wij voor u/of wij samen) dat gesprek het beste aan kunt gaan. Dat doen we vanuit onze ervaring met ruimtelijke vraagstukken en processen. 

Vergunningen & de Omgevingswet

Veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Om daar sturing aan te geven en grip op te houden is een stelsel van vergunningen en meldingen actief. Onder de Omgevingswet gaat dit stelsel veranderen. De Omgevingswet gaat wetgeving en regels voor Ruimte, Wonen, Infrastructuur, Milieu, Natuur en Water bundelen.

Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat voor activiteiten in principe algemene regels gelden. In sommige gevallen zal een melding nodig zijn, in een beperkt aantal gevallen een vergunningplicht. Dit geldt met name als sprake is van internationaalrechtelijke verplichtingen en gevallen waarin algemene regels niet voldoen om belangen af te wegen.

De Omgevingswet gaat uit van activiteiten en bepaalt aan de hand daarvan of een vergunningplicht van toepassing is. De vergunningsplichtige activiteiten zijn in de Wet en in enkele besluiten vastgelegd.

Voor bedrijven komt ook het begrip ‘inrichting’ te vervallen. Het begrip ‘milieubelastende activiteit’ (mba) komt hiervoor in de plaats. De grote verandering daarbij is dat een mba betrekking heeft op een activiteit die op slechts een deel van de inrichting betrekking heeft. Delen van een bedrijf (zoals bijvoorbeeld het kantoorgebouw) kunnen daardoor in de toekomst buiten de vergunning vallen.

Ondanks het feit dat sprake is van overgangsrecht zal, zeker bij nieuwe initiatieven of wijzigingen van bestaande activiteiten, bekeken moeten worden of melding danwel vergunning noodzakelijk is.

Voor eenieder die nu al te maken heeft met vergunningen en/of meldingen en plannen heeft om uit te breiden of op andere wijze te ontwikkelen, loont het om te bekijken wat dit betekent onder de huidige wetgeving en onder de Omgevingswet. Kragten ondersteunt haar opdrachtgevers nu al door voor de specifieke situaties (maatwerk) dit in beeld te brengen. Aan de hand van deze analyse kunnen dan (tijdig) de juiste stappen worden gezet.

Gezondheid & de Omgevingswet

Sneller, eenvoudiger en meer ruimte voor initiatief. Deze kernwaarden staan centraal in de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de huidige wetten en regels met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor ontwikkeling en complexe vraagstukken. Door de Omgevingswet ontstaat een samenhangende regelgeving van de versnipperde huidige wetten en regels. Dit alles leidt tot duidelijkheid, zekerheid en samenhang. 

De Omgevingswet biedt goede kansen om bij ruimtelijke beslissingen aandacht te besteden aan gezondheidsbescherming én gezondheidsbevordering. Diverse gemeenten zijn al aan het ontdekken hoe dat vorm krijgt in de nieuwe instrumenten, zoals de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. Aangezien in de Omgevingswet een veilige en gezonde leefomgeving opgenomen is als één van de hoofddoelen, wordt hiermee de koppeling gelegd tussen gezondheid en fysieke leefomgeving. 

De Wet geeft immers aan dat gezondheid bij de integrale beoordeling betrokken moet worden, waarbij duidelijk is aangegeven dat ook de niet-genormeerde gezondheidsaspecten meegenomen kunnen worden. Dat biedt dus veel kansen om een beweegvriendelijke omgeving te creëren, ofwel een omgeving waar mensen gefaciliteerd en gestimuleerd worden om te sporten en bewegen. Zo zijn er mogelijkheden om iets te zeggen over de hoeveelheid groen in een buurt, de sport- en speelmogelijkheden en de plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Daarbij biedt de Omgevingswet volop mogelijkheden om verschillende thema’s met elkaar te verbinden. We zien dat het fysieke en sociale domein steeds meer samenkomen en er volop mogelijkheden zijn om vanuit verschillende perspectieven invulling te geven aan een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving. Recreatie en klimaat bijvoorbeeld: een groene wijk draagt bij aan een klimaatbestendige wijk. Tegelijkertijd heeft meer groen ook een recreatieve en sportieve functie, omdat (functioneel) groen bijdraagt aan ruimte voor wandelen, sporten en ontmoeten. 


De Omgevingswet biedt een uitgelezen mogelijkheid om sociale opgaven mee te wegen bij besluiten. 

Natuur & de Omgevingswet

De natuur staat onder druk. Het is druk in Nederland. Er is een grote behoefte aan nieuwe woningen en bedrijfslocaties met de daarbij behorende infrastructuur. De landbouw heeft de laatste eeuw een grote schaalvergroting en optimalisatieslag doorgemaakt. Hiermee is het landschap sterk versoberd. Stikstof oefent een steeds grotere invloed uit op onze natuurgebieden en onze bodembiodiversiteit is als gevolg van gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en bodembewerkingen achteruit gehold.

Het resultaat hiervan is dat natuur versnipperd is en in kwaliteit sterk heeft moeten inboeten. De biodiversiteit staat sterk onder druk. Gelukkig zien we dat natuur (en groen) steeds minder alleen maar als kostenpost wordt gezien en dat steeds meer waarde hieraan toegekend wordt voor klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Hiermee wordt natuur en groen steeds meer een item waar rekening mee gehouden moet worden bij ruimtelijke integrale afwegingen. 

Klimaat & de Omgevingswet

De aarde warmt op en dat treft ons allemaal. Met name door het gebruik van fossiele energiebronnen stijgt de CO2 in onze atmosfeer. In Nederland manifesteert deze opwarming zich niet alleen door hitte tijdens zomerse perioden, maar ook door droogte in de landbouw en voor onze natuur, en watertekort voor productiewater, de scheepvaart en drinkwater. Daarnaast kenmerkt ons klimaat zich steeds meer door extreem weer met, vaak plaatselijke, wateroverlast tot gevolg. Tevens zal als gevolg van mondiale opwarming de zeespiegel stijgen. Om dit tij te keren en ons aan te passen op wat komen gaat, staan we voor grote maatschappelijke opgaven.

Enerzijds betekent dit dat we de uitstoot van CO2 moeten terugdringen door minder fossiele energiebronnen te gebruiken en ons energieverbruik te reduceren. We gaan dus op zoek naar alternatieve energiebronnen maar zorgen ervoor dat we ook minder nodig hebben door bijvoorbeeld te isoleren of minder kilometers te reizen.

Anderzijds weten we ook dat, ook al zetten we de bovengenoemde energietransitie succesvol en voortvarend in, het klimaat de komende tijd toch warmer wordt en we moeten omgaan met extreme weersomstandigheden. We moeten ons dus aanpassen aan wat komen gaat.

Zowel de energietransitie als de klimaatadaptatie hebben invloed op onze ruimtelijke ordening. De wijze hoe we met onze ruimte omgaan. En hiermee raakt het direct de Omgevingswet. En misschien draagt de bedoeling van deze nieuwe wet er wel aan bij dat de klimaatverandering veel meer een leidend principe binnen de ruimtelijke ordening gaat worden.